FC Wageningen leeft, nog steeds

Een “beetje” FC Wageningen supporter denkt nu “ja, dat klopt, maar waarom deze titel?” Nou, dat zit zo, een student van de School voor de Journalistiek, Nick Rokers, had een opdracht gekregen om een verhaal te maken. Hij dacht daarbij om het over niet bestaande voetbalclubs te hebben en kwam al snel uit bij “onze” FC Wageningen. Dus nam hij contact op, om eens een keer op een dinsdagochtend wat interviews af te nemen en een kijkje te nemen in ons stadion. Aldus geschiedde en daaruit is het volgende verslag, met de hierboven genoemde titel, gekomen, welke wij hier onverkort plaatsen.

FC Wageningen leeft, nog steeds

Sinds 1992 is de voetbalclub FC Wageningen verleden tijd. De club ging failliet vanwege een tekort van zo’n 600.000 gulden. Toch komen er nog steeds mensen wekelijks samen om over de club te praten, 32 jaar na dato. Supporters, oud-medewerkers en ook oud-spelers komen iedere week samen om bij te praten, herinneringen te delen en het stadion bij te houden. Het tekent de diepe wond die het verlies van FC Wageningen bij deze mensen heeft achtergelaten.

Tussen de bomen van de Wageningse Berg ligt, vanaf de weg goed te zien, het gelijknamige voetbalstadion waar ooit FC Wageningen speelde. Het is een soort tijdmachine van een voetbalstadion die, ondanks alle opknapbeurten, je meeneemt naar het voetbal uit de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. Na het faillissement van de club leek het stadion wel een jungle. De tribunes waren overwoekerd met mos, bomen en struiken, en het voetbalveld had gras zo hoog als het dak van de oude tribunes. Twee terreinmeesters lopen heen en weer met kruiwagens.

In de ‘businessruimte’, wat eigenlijk een kantine is, zit een handjevol mensen op een warme dinsdagochtend te kletsen. “Normaal zijn we met veel meer hoor,” roept een man. De deuren van de businessruimte langs het veld staan open voor wat frisse lucht als oud-keeper Bert van Geffen het woord neemt. “Er zijn er vandaag een paar ziek of verhinderd, maar die moeten wel laten weten als ze niet komen! Dat wordt allemaal bijgehouden door iemand, we zijn een hechte groep dus we willen elkaar zo vaak mogelijk spreken.”

Herinneringen
Van Geffen speelde tussen 1972 en 1978 voor de groen-witten uit Wageningen. Hij promoveerde met de club naar de Eredivisie, maar degradeerde ook weer. Tegenover hem zit Herman Koop, ook een keeper. Hij was in de jaren ’60 actief voor FC Wageningen. Het duurt niet lang voordat de twee weer in een of andere anekdote vervallen. “Ik moest hier altijd trainen,” vertelt Van Geffen. “Ik had toen keeperstraining. Nou, daar lag me toch een modderpoel. Ik zei tegen mijn trainer, Fritz Korbach, ‘Trainer! Dit kan toch niet. Hier kan ik niet in trainen.’ En toen zei Korbach, ‘Joh, drie keer een bal uit de hoek pakken en het water is weg.’ Ik heb na de training met tenue en al onder de douche gestaan, ik was helemaal zwart van de modder.”
In 1992 ging de club failliet. Dat zat er volgens Herman Koop al aan te komen. “We moesten het financieel altijd zelf doen. We hebben in Wageningen niet zoveel, ja een universiteit, maar die gaan niks sponsoren. We moesten alle sponsors zelf regelen en als we een sponsor hadden, trok die zich terug wegens financiële problemen,” mort Koop terwijl hij een slok van zijn koffie neemt.Het wegvallen van FC Wageningen kwam in de gemeenschap keihard aan. De inwoners van Wageningen bestaan voor een groot deel uit studenten en leraren/professors die in Wageningen zijn gaan wonen vanwege de universiteit. “Die hebben helemaal niks met Wageningen. De echte Wageningers kwamen hier het stadion in. Dat was echt een feest iedere zondagmiddag.” Toen het doek viel, was de klap enorm. Er was een doorstart die niet van de grond kwam mede dankzij de KNVB, Een mars met honderden mensen om hun gemis te uiten was het gevolg. Het was een gedenkwaardige mars, maar er heerste bovenal veel verdriet.
De stad zelf bestaat grotendeels zoals gezegd uit professoren en studenten, maar daarvan komt ook een deel uit het buitenland. Zo’n 15% van de bevolking van Wageningen bestaat uit buitenlanders, zo valt te lezen op de website http://www.allecijfers.nl met statistieken over Wageningen. Ook is 51% van de inwoners hoogopgeleid. Ondanks dat dit cijfers van anno nu zijn kenmerkt het de aanwezigheid van de universiteit in de stad en bevestigd het verhaal van Koop en Van Geffen over dat Wageningen een ‘universiteitsstad’ is.
“Dit gun je Vitesse niet”
Niet veel verderop van Wageningen ligt Arnhem, de stad waar voetbalclub Vitesse zich bevindt. Hoewel we de ‘Gelderse derby’ nu kennen als de wedstrijd tussen NEC Nijmegen en Vitesse Arnhem, was FC Wageningen tegen Vitesse de eerste Gelderse derby. “Als hier iemand binnenkomt met een Vitesse-shirt, dan wordt het geen fijn welkom voor hem,” lacht Van Geffen terwijl hij wijst naar Koop. “Herman heeft ooit geweigerd te werken omdat er hier een geel-zwarte motor voor de bar stond.” Lachend onderbreekt Knoop Van Geffen: “Zolang dat ding er staat, werk ik niet,” citeert Koop zichzelf. “Toen hebben we maar een doek over die motor gedaan en zo kon Herman gewoon achter de bar gaan werken, haha,” lacht Van Geffen.
Vitesse zit zelf in grote financiële problemen en het is nog maar de vraag of de club volgend seizoen nog betaald voetbal speelt. Ondanks de nog steeds heersende rivaliteit richting de Arnhemmers leven Koop en Van Geffen met hen mee. Van Geffen licht toe: “Kijk, dat Vitesse degradeert, oké dat kan. Dat ze achttien punten in mindering krijgen, prima. Moet die club dan net als FC Wageningen verdwijnen? Nee! Ik denk dat er echt wel wat Wageningen-fans zijn die dat wel hopen, maar je club verliezen, wij weten hoe het voelt,” zegt Van Geffen terwijl de rest van de kamer instemmend knikt. “Dit gun je Vitesse niet, dit gun je niemand. Mensen hebben nog zoveel verdriet dat deze club niet meer bestaat. Kijk naar mij, ik kom iedere dinsdag vanuit Barneveld naar Wageningen gefietst. Zo diep zit het.”
Stadion in tact houden
Als je naar de businessruimte annex kantine loopt, ontkom je niet aan een blik op het oude stadion. Je loopt langs een oude houten tribune en daar tegenover staat de grote lange zijde. Na een rondje door het stadion te hebben gelopen, lijkt het alsof je terug bent in de jaren ’90. Het stadion ziet er goed uit. Het is schoon, mooi bijgewerkt en alles lijkt goed intact. Maar eerlijk is eerlijk, het is wel een oud stadion waar in deze tijd nooit betaald voetbal gespeeld zou kunnen worden. Maar dat maakt het stadion eigenlijk heel mooi.
De lange zijde staat er sinds circa 1975. Van Geffen staart naar de muur met alle selectiefoto’s van FC Wageningen, van begin jaren ’50 tot aan het laatste jaar, 1992. “Hier, dit ben ik!” Van Geffen wijst naar de elftalfoto van 1975/76. “Volgens mij het eerste jaar met de lange zijde, althans op de foto’s. Vroeger was dat gewoon een heuvel waar allemaal mensen op stonden. Dat kon toen nog.”

Tegenwoordig is het stadion in handen van Stichting Boei die probeert het stadion een nieuwe invulling te geven. Fletcherhotel bevindt zich dicht achter het stadion en dient tegenwoordig als een trainingskampaccommodatie voor buitenlandse voetbalclubs. “Er komen hier geregeld teams om te trainen als ze in Nederland op trainingskamp zijn. Het is een mooie locatie. Henk ten Cate is hier wel eens geweest met zijn club Al-Jazira uit de Emiraten, daar was hij toen trainer. Hij vond het geweldig hier en ineens liepen hier allemaal oliesjeiks rond met van die lange jurken.” Lachend stemt Koop in: “Ja, dat was wat hoor, haha.”
FC Wageningen leeft, nog steeds
Het moge duidelijk zijn: FC Wageningen heeft bij velen nog een plek in het hart. Is het niet om de club zelf, dan is het wel om het pittoreske voetbalstadion. Het feit dat er iedere dinsdag een groep mensen, de ene keer groter dan de andere keer, samenkomt, zegt veel over wat een voetbalclub voor mensen betekent. 32 jaar na dato wordt er nog steeds aan het stadion gewerkt en is FC Wageningen nog steeds voor velen de belangrijkste bijzaak van het leven. “Sterker nog, zelfs nu als we wat geld bij elkaar weten te krijgen voor een project, dan denken er soms nog mensen dat we met dat geld een doorstart zouden kunnen forceren. Zo diep zit het,” sluit Herman Koop af.

Geplaatst in Nieuws